Johannes de Laet (1582 - 1649)

Johannes de Laet, ook wel Latius in het Latijn, is geboren in het jaar 1581 in Antwerpen als zoon van een rijke koopman. Op 67-jarige leeftijd is hij gestorven in Leiden, waar hij op 15 december 1649 werd begraven. De Laet week als protestant uit naar het noorden en vestigde zich in Leiden, waar hij het grootste gedeelte van zijn leven gewoond heeft. Hij studeerde van 1597 tot 1599 in Leiden. Hij was bevriend met Claudius Salmasius en de theoloog Jos Scaliger. Ook had hij contact met de theologen Lubbertus en Gomarus. In zijn leven stonden de aardrijkskunde en religie centraal. In 1618 en 1619 was De Laet lid van de Synode van Dordrecht. De stad Leiden, waar De Laet woonde, had een bewindhebbersplaats in de kamer van Amsterdam. Deze werd bezet door De Laet, later door Willem van Moerbergen. In 1621 werd De Laet bewindhebber, voor Leiden, van de nieuw opgerichte Westindische Compagnie. De Laet was een van de invloedrijkste mensen bij de Westindische Compagnie.

De Laet was medepatroon van Rensselaerswijck. Hij had het medepatroonschap gekocht van Albert Coenraetsz. Burgh. De andere eigenaars waren Samuel Blommaert, Samuel Godijn en Kiliaen van Rensselaer. De Laet vond dat Van Rensselaer, die de directie in handen had, te veel zeggenschap over het patroonschap had in vergelijking met de andere aandeelhouders. Hij verkocht daarom tussen 1636 en 1639 de helft van zijn deel aan de Leidse lakenkoopman Toussain Muyssart. Ook sprak hij Van Rensselaer er op aan dat hij het patroonschap alleen bestuurde. Deze wilde dat de macht per se bij één persoon zou blijven, en uiteindelijk liep het conflict zo hoog op dat er een rechtzaak van kwam, die in maart 1650 gewonnen werd door De Laet en de andere medepatronen. Zowel De Laet als Kiliaen van Rensselaer waren toen al overleden: Van Renselaer eind 1643, en De Laet in Leiden op 15 december 1649.(2)

De Laet heeft diverse aardrijks- en volkenkundige werken geschreven. Hij heeft o.a. meegewerkt aan een zakbibliotheek van beschrijvingen van allerlei landen zoals Frankrijk (1629), Spanje (1629), Belgie (1630), Turkije (1630) en Portugal (1642). Deze publicaties verschenen onder de naam 'Respublicae'.

De Laet heeft een discussie gehad met Hugo de Groot over de oorspronkelijke bewoners van Amerika. De Groot had enige aanmerkingen over de oorspronkelijke bewoners van Amerika gemaakt waarmee De Laet het niet eens was. De Groot beweerde in zijn Dissertatio (1642) dat Indianen uit Noorwegen, Ethiopië en China kwamen. De Laet had hier kritiek op die bij De Groot niet goed viel, en de discussie ontaardde in een heftige polemiek. Voor deze discussie schreef De Laet de 'Nota ad dissertationem Hugonis Grotii de origine gentium Americanarum et observationes aliquot ad meliorem indagationem difficillimae illius quaestionis' (Amsterdam 1642). Hugo de Groot antwoordde met het geschrift 'Dissertatio de origine gentium Americanarum adversus obtrectatoremopaca bonum quem facit barba' (Parijs 1643). Dit antwoord van De Groot had geen diepgang en hij maakte zich feitelijk van de zaak af. De Laet kon hierdoor De Groot gemakkelijk te woord staan in zijn 'Responsoi ad dissertationem secundam H. Grotii de orgine gentium Americanarum' (Amsterdam 1633).

Het hoofdwerk van De Laet gaat over West-Indie en de Westindische Compagnie. Hierover had De Laet een uitgebreide studie gemaakt. Als eerste gaf De Laet de 'Nieuwe Wereldt ofte beschrijvinghe van West-Indien' (Leiden 1625) uit. De tweede druk was 'in ontallijke plaatsen verbeterd, met eenige kaarten, beelden van verscheide dieren en planten vercierd' (Leiden 1630). Hiervan verscheen ook een Latijnse en een Franse vertaling. Later schreef De Laet zijn 'Historie ofte Jaerlijck verhael van de verrichtinghen der Geoctroyeerde Westindische Compagnie sedert haer begin tot het einde van het jaar 1636, begrepen in XIII boecken, met kopere platen vercierd' (Leiden 1644). Dit werk is nog altijd de hoofdbron voor de oudste geschiedenis van de Westindische Compagnie. Van Johannes de Laet bestaat een ets gemaakt door J.G. Bronckhorst.

Literatuur

Jacobs, J.A., 'Johannes de Laet en de Nieuwe Wereld' in: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 50 (1996) 108-130.

Terug naar het begin van deze pagina